Financiële positie

3.1 Het financiële beleid

In het collegeprogramma “Behoedzaam vooruit” zijn de kernpunten van het financieel beleid opgenomen:

  • de (meerjaren)begroting dient structureel sluitend te zijn
  • de algemene reserve dient op niveau te zijn
  • de schuldpositie van de gemeente dient een houdbare schuld te zijn. Hiervan is sprake zolang de netto schuldquote niet meer bedraagt dan 130%
  • de belastingtarieven worden alleen met de inflatiecorrectie verhoogd, tenzij dit anders is vastgelegd in het door de raad vastgestelde bezuinigingsprogramma
  • de verdeling van de totale opbrengst van de onroerende zaakbelastingen naar die van eigenaren van woningen en die van andere gebouwen wordt heroverwogen ten opzichte van eerdere besluitvorming hierover
  • de transitie sociaal domein verloopt voor de gemeente budgettair neutraal (inclusief de bestaande middelen voor het sociaal domein). Dat wil zeggen dat wij er van uitgaan dat het beschikbare budget toereikend is voor de directe zorg, de kosten van de gebiedsteams en de (extra) inzet door de bestuursdienst.

3.2 Uitgangspunten voor de begroting 2016-2019

In aanvulling op de hiervoor genoemde kernpunten van het financieel beleid zijn bij het samenstellen van de begroting 2016 -2019 de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • de begroting wordt samengesteld op basis van bestaand beleid
  • nieuw beleid wordt afzonderlijk in beeld gebracht en meegenomen in het proces van de begroting 2016
  • de begroting geeft een reëel beeld van de te verwachten lasten en baten
    • loonstijging 2016 (cao plus sociale lasten)
    • prijsstijgingen 2016  

    2,00%
    0,75%

    • inflatoire verhoging tarieven 2016
    • de ramingen 2017 en volgende worden opgesteld tegen constante prijzen

    0,75%

    • aantal inwoners per 1 januari 2016

    59.600

    • aantal woonruimten per 1 januari 2016
    • een jaarlijkse toename van het aantal inwoners met 100 en van het aantal woonruimten met 75

    25.250

    • rente nieuw aan te trekken geldleningen

    3%

Andere uitgangspunten die zijn gehanteerd zijn:

  • bij de berekening van de gemeentefondsuitkering wordt rekening gehouden met de uitkomsten van de meicirculaire 2015
  • in de (meerjaren)begroting is het bezuinigingsprogramma “Tegen de stroom in” conform de jaarschijven opgenomen

In het vervolg van dit hoofdstuk wordt ingegaan op:

  • de uitkomsten van de geactualiseerde meerjarenbegroting 2016 – 2019
  • het effect van deze uitkomsten op het verloop van de algemene reserve
  • de netto schuldquote
  • overige financiële zaken.

3.3 Begrotingsuitkomsten 2016 – 2019

Bij de 1e bestuursrapportage 2015 hebben wij het financieel perspectief voor 2016 en volgende jaren geschetst. Een sluitende begroting met uitzicht op een versterking van onze vermogenspositie.
Door recente ontwikkelingen moeten wij dit beeld bijstellen. Met deze recente ontwikkelingen bedoelen wij vooral de aanscherping van de landelijke begrotingsvoorschriften ten aanzien van de waardering van gronden en de rente die maximaal doorberekend mag worden doorberekend in de grondexploitaties.
Deze wijziging en de gevolgen hiervan worden in dit hoofdstuk nader toegelicht.

In onderstaand overzicht wordt het in deze begroting opgenomen perspectief vergeleken met het vorige perspectief.

bedragen x € 1.000

2016

2017

2018

2019

structureel saldo volgens 1e bestuursrapportage 2015

2.081

2.611

2.233

2.145

  structurele bijstelling

-1.158

-1.459

-1.495

-1.466

nieuw structureel saldo begroting 2016-2019

923

1.152

738

679

incidenteel saldo volgens 1e bestuursrapportage 2015

-1.955

-238

-238

-290

  incidentele bijstelling

453

-332

-745

-970

nieuw incidenteel saldo begroting 2016-2019

-1.502

-570

-983

-1.260

totaal saldo volgens 1e bestuursrapportage 2015

126

2.373

1.995

1.855

  totaal bijstellingen begroting 2016-2019

-705

-1.791

-2.240

-2.436

Hierna gaan wij in op de bijstelling van de begrotingsuitkomsten, te beginnen bij de uitkomst van de begroting 2016.

Begrotingsuitkomsten 2016

In de 1e bestuursrapportage 2015 hebben wij het financieel perspectief de laatste keer geactualiseerd. Voor 2016 hebben wij een voordelig resultaat begroot van € 126.000.

De nu voorliggende begroting 2016 sluit met een nadelig resultaat van € 579.000. In onderstaand overzicht geven wij aan hoe dit resultaat is opgebouwd. Daarbij hebben wij ter vergelijking ook de bedragen opgenomen, die in de 1e bestuursrapportage 2015 zijn genoemd als verwachte uitkomsten voor 2016.:

geactualiseerd meerjarenperspectief
(bedragen x € 1.000)

begroting 2016  (meerjaren-begroting 2015-2018)

begroting 2016

verschil

saldo baten en lasten van de programma's

-2.128

-2.608

-480

verrekening met reserves

2.254

2.029

-225

begrotingsresultaat

126

-579

-705

   waarvan incidenteel

-1.955

-1.502

453

   waarvan structureel

2.081

923

-1.158

 

Toelichting begrotingsuitkomst 2016

Hierna wordt een toelichting gegeven op het verschil tussen het verwachte begrotingssaldo 2016 (na de 1e bestuursrapportage 2015) en de uitkomst van de nu voorliggende  begroting 2016.
In het hoofdstuk  “algemene dekkingsmiddelen”  is ook een toelichting opgenomen op het verschil tussen het begrotingssaldo 2015 en de uitkomst van de begroting 2016.

Het saldo van de baten en lasten van de programma’s is €  2.608.000 nadelig. In dit saldo zijn baten en lasten begrepen, waarvan met de raad is afgesproken dat deze met de bestemmingsreserves worden verrekend. Het betreft dan de inzet van de reserves:

  • afvalstoffenheffing

232.000

  • riolering

640.000

  • dekking kapitaallasten

1.157.000

2.092.000

In 2014 is besloten om de meeste bestemmingsreserves op te heffen en de vrijvallende middelen toe te voegen aan de algemene reserve. Dit, onder meer ter versterking van het weerstandsvermogen van de gemeente. Voor bovenstaande reserves is een uitzondering gemaakt, dat wil zeggen dat deze in stand zijn gebleven.

Voor de kosten van afvalinzameling en voor riolering geldt het principe van 100% kostendekking.
Exploitatieverschillen op deze activiteiten worden verrekend met deze reserves. Verder worden deze reserves ingezet voor een gelijkmatige ontwikkeling van de tarieven.

Verder wordt een eventueel surplus in de reserve betrokken bij de berekening van de nieuw tarieven c.q. vertaald in een tijdelijke korting op het tarief. Voor 2016 wordt op het tarief vastrecht afvalstoffen een korting van €  10 per huishouden toegepast. Dit verklaart met name het nadelig verschil op de afvalstoffeninzameling.

Investeringen, waarvan de kapitaallasten worden gedekt uit de reserve dekking kapitaallasten, betreffen:

  • het gemeentehuis;
  • de gemeentewerf;
  • het nieuwe zwembad;
  • de herinrichting LOC;
  • de gashouder (Dedemsvaart).

De gemeente heeft voor deze investeringen middelen gereserveerd. De intentie was, om deze investeringen ineens  ten laste van deze reserve(s) af te schrijven.
Een aantal jaren geleden zijn de (landelijke) begrotingsvoorschriften aangepast. Als gevolg hiervan is het niet meer toegestaan om investeringen met een economisch nut in een keer ten laste van een reserve af te schrijven. Wel is toegestaan is dat de lasten uit rente- en afschrijvingen jaarlijks ten laste van de reserve worden gedekt.

Na verrekening van deze bedragen met de betreffende reserves, resteert een nadelig begrotingsresultaat voor 2016 van €  579.000.  

Ten opzichte van het vorige perspectief (de meerjarenbegroting 2015-2018) is sprake van een nadeel van
 € 705.000. Dit is het saldo van een incidenteel lagere uitgaven (€ 453.000) en een structureel nadeel van
€ 1.158.000.

Incidenteel

In de meerjarenbegroting (na de 1e bestuursrapportage 2015) waren voor 2016 incidentele uitgaven begroot voor:

  • bijdrage aan bestuursdienst in verband met frictiekosten c.a.

1.735.000

  • gewenningsbijdrage Veiligheidsregio (laatste jaar)   

17.000-

  • cofinanciering plattelandsvernieuwing

150.000

  • innovatiefonds   

13.000

  • evenementenbeleid

75.000

        totaal

1.955.000

In aanvulling hierop zijn in deze begroting incidentele uitgaven opgenomen voor economisch beleid
€ 57.000 en voor renovatie sportgebouwen € 140.000. Deze uitgaven zijn in de 1e bestuursrapportage 2015 aangekondigd c.q. toegelicht.

Verder stellen wij u voor om nu in de begroting een bedrag op te nemen voor:

  • het verstrekken van financiële bijdragen in een tweetal burgerinitiatieven € 150.000;
  •  het cultureel erfgoed € 170.000, waarvan € 100.000 in 2016;
  •  het opstellen van een leefbaarheids- en veiligheidsplan € 40.000.

Er zijn twee burgerinitiatieven rondom accommodaties in de gemeente Hardenberg, waarvoor op niet al te lange termijn een beroep gedaan zal worden op de gemeente voor een financiële bijdrage. Het gaat hierbij om een dorpshuis in Bergentheim en een jongerencentrum in Hardenberg. Deze burgerinitiatieven worden momenteel uitgewerkt en hierbij krijgen ze ondersteuning van de gemeente. Naar verwachting zal dit eind 2015/begin 2016 afgerond zijn en zal er een beroep gedaan worden op de gemeente voor een financiële bijdrage. De werkelijke kosten zijn nu nog niet inzichtelijk te maken maar naar verwachting zal er een eenmalig budget nodig zijn van € 150.000 voor beide projecten samen. Binnen de begroting is hier geen budget voor beschikbaar daarom zal in de begroting 2016 eenmalig een budget van € 150.000 gereserveerd moeten worden om een financiële bijdrage aan beide projecten beschikbaar te kunnen stellen.

Verder willen wij een aantal initiatieven honoreren die gericht op het herstellen, het zichtbaar maken en behoud van ons cultureel erfgoed, door hier een financiële bijdrage aan te verlenen. Wij stellen voor om hiervoor in 2016 € 100.000 uit te trekken en in 2017 € 70.000.

In de meerjarenbegroting is € 50.000 opgenomen voor Vitaal Vechtdal. Deze uitgave was aanvankelijk voorzien in 2019. Thans stellen wij u voor er mee in te stemmen dat dit bedrag in fasen wordt ingezet (2016:  € 10.000).

In de inleiding hebben wij gewezen op de wijziging van de begrotingsvoorschriften als gevolg waarvan minder rentekosten worden doorberekend in de grondexploitatie. Tegenover dit nadeel staat dat een deel van de gevormde voorzieningen nu vrij kan vallen. Wij begroten deze vrijval  op € 950.000.

Structureel
Ten opzichte van het vorig perspectief is sprake van een nadeel van € 1.158.000. Onderstaand zijn de in omvang belangrijkste structurele bijstellingen benoemd en toegelicht.    

(bedragen x € 1.000)

Voordeel

Nadeel

1

Prijsstijging

150

2

Minder uren doorberekend aan kostendekkende activiteiten

131

3

Herrekening kapitaallasten

274

4

Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen

77

5

Bijdrage aan BOH

500

6

Minder doorberekening BTW aan afval/riool

80

7

Gemeentefonds

1.061

8

Hogere belastingopbrengsten (inclusief inflatoire verhoging)

366

9

opbrengst inflatoire verhoging overige tarieven

64

10

Minder legesopbrengsten (burgerzaken) en hogere afdrachten aan het rijk.

91

11

Rente

744

12

Salarissen

322

13

Stelpost nieuw beleid

247

14

Vennootschapsbelasting

160

15

Geen gebruik round up

55

16

(niet realiseren bezuiniging) betaald parkeren

150

17

Plankosten

200

18

Startersondersteuning

20

19

Gevolgen wijziging BBV en grondexploitatie

1.500

Overige/afrondingen

16

Totaal

2.525

3.683

1.158

 

Toelichting

1

In afwijking van de uitgangspunten voor de begroting hebben wij de uitgaven niet verhoogd met de te verwachten prijsontwikkeling (met 0,75%).  Wel stellen wij voor  een stelpost van € 150.000 op te nemen voor de mogelijke gevolgen doorwerking CAO-afspraken gesubsidieerde instellingen.

2

In 2016 zullen per saldo minder uren voor kostendekkende activiteiten  worden gemaakt (afval; riool;  en investeringen). Hierdoor ontstaat een “dekkingsnadeel”.

3

De raming van de kapitaallasten is geactualiseerd aan de hand van de werkelijke boekwaarden
per 31 december 2014.

4

Aanpassing gemeentelijke bijdragen aan de begroting 2016 van de gemeenschappelijke regelingen  GGD IJsselland; Veiligheidsregio IJsselland en van de Euregio

5

De bijdrage aan de BOH is verhoogd  conform de begroting 2016 van de BOH voor loon- en prijsstijgingen.

6

De uitgaven voor afval en riool zijn in 2016 lager dan eerder in de meerjarenbegroting was aangehouden. Hierdoor kan ook minder BTW worden doorberekend.

7

De raming is aangepast aan de hand van de uitkomsten van de meicirculaire.

8

De hogere belastingopbrengsten hebben vooral betrekking op de OZB (inflatoire verhoging en toename WOZ-waarden).

9

Hieronder vallen o.a. de tarieven voor huren/pachten/lesgelden enz.

10

Naar aanleiding van opmerkingen van de accountant om voor wat betreft de begroting beter aan te sluiten bij de realisatie van aantallen en opbrengsten van de afgelopen jaren en op verzoek van uw Raad om hier gevolg aan te geven wordt de begroting 2016 v.w.b. het onderdeel leges burgerzaken structureel bijgesteld. De begroting wordt gebaseerd op de – op basis van ervaringscijfers uit de afgelopen jaren - verwachte hoeveelheden te leveren producten, vermenigvuldigd met het tarief. Dit heeft een structureel nadeel tot gevolg. Dit is in lijn met de realisatie van de afgelopen jaren.

11

In de meerjarenbegroting is gerekend met een rente voor vreemd vermogen van 4%.
Eind 2014 hebben wij een langlopende lening kunnen sluiten tegen 1,19%. Het effect hiervan was nog niet in de (meerjaren)begroting verwerkt. Het feit dat de rente nu al langere tijd laag is, is voor ons ook reden om de rekenrente(s), meer af te stemmen op de huidige marktrente. Concreet betekent dit dat vanaf 2016 voor nieuwe vaste geldleningen wordt gerekend met 3% (was 4%). Voor kortlopende leningen c.q. schuld in rekeningcourant wordt nu gerekend met 0,25% (was 4%).
De toerekening van rente aan de grondexploitatie is reeds langer onderwerp van discussie met de provinciaal toezichthouder. Nu wij de rekenrente aanpassen, vinden wij het ook juist om ook het percentage voor de grondexploitatie aan te passen c.q. te verlagen van 4% naar 3,5%. In het nieuwe meerjarenperspectief grondexploitatie wordt ook met dit nieuwe percentage gerekend.
In de vorige meerjarenbegroting werd nog uitgegaan van een stand van de algemene reserve
per 1 januari 2015 van afgerond zo'n € 20 miljoen. Na de 1e bestuursrapportage 2015 is de stand rond € 18,0 mijoen oftewel € 2 miljoen lager. Dit leidt tot een verlaging met € 63.000 van het bedrag dat als algemeen dekkingsmiddel kan worden ingezet.

12

De raming voor de salariskosten is met 2% verhoogd. Daarnaast is het effect van de invoering van de werkkostenregeling in deze raming verwerkt. Volledigheidshalve merken wij hierbij op dat het genoemde bedrag inclusief € 226.000 voor verwachte toename loonkosten WSW is.

13

De stelpost is verhoogd in verband met de voorstellen nieuw beleid als opgenomen in deze begroting. Voor de specificatie van de stelpost nieuw beleid wordt hier verwezen naar de toelichting verderop in deze begroting.

14

De invoering van de VPB zal voor Hardenberg naar verwachting nadelig uitwerken. Volledigheidshalve wordt hierbij opgemerkt dat in dit bedrag nog niet gerekend is met VPB over de grondexploitatie. Dit punt is nog in onderzoek

15

Het gebruik van round up is niet toegestaan. Het afgelopen jaar zijn diverse alternatieven onderzocht, maar de enig juiste oplossing is een werkwijze die arbeidsintensief is c.q. zal een extra inzet van personeel en machine vragen.

16

In de meerjarenbegroting is voor 2016 een verhoging van het parkeertarief met circa € 0,10 per uur voorzien.  Deze maatregel maakt deel uit van het bezuinigingsplan "Tegen de stroom in".
Gelet op de mogelijke nadelige effecten op de bedrijvigheid in het centrum Hardenberg en als gevolg hiervan een afname van het aantal (lang)parkeerders, zou de verhoging een averechts effect kunnen hebben. Omdat ook overleg met de middenstand over mogelijke alternatieven, niet tot een andere mogelijkheid tot realisering van een hoger parkeeropbrengst heeft geleid, stellen wij nu voor om af te zien van de voorgenomen verhoging.

17

Bij de actualisatie van de grondexploitaties zijn ook de benodigde werkzaamheden voor het uitvoeren van deze grondexploitaties in de komende jaren herijkt. Hieruit volgt de verwachting dat minder werkzaamheden voor de grondexploitatie benodigd zijn. Dit vertaalt zich in een lagere raming van € 1,2 mln. aan plankosten die via de grondexploitaties worden gedekt. Hier staat tegenover dat in de komende jaren de investeringsprojecten (o.a. Stationsomgeving) en meer beleidsmatige werkzaamheden (o.a. centrummanagement) meer inzet gaan vragen.

18

Het doel om de bezuiniging van de startersondersteuning - groot € 45.000 -  vanaf 2016 te realiseren door deze anders te gaan organiseren wordt niet gehaald. Startersbegeleiding valt niet te combineren met de taak van het  bedrijvenloket/ accountmanagement voor bedrijven, het Dienstencentrum en het Bijstandsbesluit zelfstandigen. Met de initiatiefnemer van het ondernemersstartpunt en het Alfa college wordt gewerkt aan een plan om het ondernemersstartpunt een vervolg te geven met als doel jong ondernemerschap blijvend te stimuleren en verbindingen in de uitvoering met het ondernemershuis te realiseren. Voor deze uitwerking is een jaarlijkse bijdrage nodig van € 20.000 voor startersbegeleiding.

19

Recent werden wij geconfronteerd met het voornemen tot wijziging van de begrotingsvoorschriften ten aanzien van de wijze waarop gemeenten de lasten en baten grondexploitatie met ingang van 2016 in de boeken moeten begroten en verantwoorden. Deze wijziging moet formeel nog worden besproken in diverse gremia, maar wij verwachten dat dit voorstel de eindstreep (zo goed als) ongeschonden zal halen. Met name, omdat de wijziging zowel inhoudelijk als qua invoeringsdatum is afgestemd op de invoering van de VPB-plicht voor gemeenten. Bovendien merken de opstellers van dit voorstel op, dat zij van mening zijn dat de financiele effecten voor gemeenten beperkt zijn. Wij delen deze conclusie niet.

De wijziging heeft directe gevolgen voor de toerekening van rente aan de grondexploitatie. Enerzijds, omdat aan de zogenaamde de Niet In Exploitatie Genomen Gronden (NIEGG) geen rente meer mag worden toegerekend. Anderzijds, omdat er nu ook wordt voorgeschreven op welke wijze het rentepercentage moet worden berekend dat in de grondexploitaties mag worden doorberekend.

De wijziging BBV voor grondexploitatie bevat echter meer dan alleen de toerekenbare rente.
De gemeenteraad zal namelijk moeten vaststellen welke gronden NIEGG zijn/blijven. Ook moeten we het effect van de 10-jaarstermijn nog op geld zetten en de toerekening van de kosten aan de grexen nog bekijken (aansluiting bij de WRO).

Genoemde € 1.500.000 is de uitkomst van de eerste globale berekening van de gevolgen .

In het meerjarenperspectief grondexploitatie zijn deze effecten nog niet meegenomen. Daarvoor is de wijziging nog te recent en zijn er ook nog vragen met betrekking tot de juiste uitleg van deze  nieuwe voorschriften.

Uitkomst meerjarenbegroting 2017-2019
De meerjarenbegroting is samengesteld op basis van bestaand beleid en autonome ontwikkelingen (zoals de ontwikkeling van de gemeentefondsuitkeringen. Nieuw beleid is verwerkt voor zover de raad hierover reeds een besluit heeft genomen, dan wel door ons college in deze begroting een aanvullend voorstel wordt gedaan. De post nieuw beleid wordt verderop in dit financiële hoofdstuk toegelicht.

Op basis van deze uitgangspunten worden de volgende begrotingsresultaten verwacht:

Bedragen x € 1.000

2017

2018

2019

structureel saldo volgens 1e bestuursrapportage 2015

2.611

2.233

2.145

structurele bijstelling

-1.459

-1.495

-1.466

nieuw structureel saldo begroting 2016-2019

1.152

738

679

incidenteel saldo volgens 1e bestuursrapportage 2015

-238

-238

-290

incidentele bijstelling

-332

-745

-970

nieuw incidenteel saldo begroting 2016-2019

-570

-983

-1.260

totaal saldo volgens 1e bestuursrapportage 2015

2.373

1.995

1.855

totaal bijstellingen begroting 2016-2019 (inclusief GREX)

-1.791

-2.240

-2.436

nieuw totaal saldo begroting 2016-2019

582

-245

-581

De bijgestelde uitkomsten worden vooral verklaard uit de structurele doorwerking van de bijstellingen 2016; de BBV-wijziging Grondexploitatie en andere autonome ontwikkelingen, zoals het verloop van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en het verloop van de kapitaallasten.
Daarnaast heeft uiteraard het nieuw beleid, waartoe eerder al is besloten dan wel in deze begroting door ons college een voorstel wordt gedaan, in deze meerjarenbegroting verwerkt. In een van de volgende paragrafen van dit financiële hoofdstuk gaan wij nader op dit nieuw beleid in.

Conform de uitgangspunten wordt in deze meerjarenbegroting gerekend met constante prijzen m.a.w. hierbij is niet gerekend met de effecten van loon- en prijsstijgingen.

Tenslotte merken wij bij deze uitkomsten op, dat in deze resultaten de verrekening van de exploitatiesaldi op afval en riool met de betreffende bestemmingsreserve reeds is verwerkt. Met andere woorden, deze saldi zijn niet van invloed op het resultaat. Verder vindt jaarlijks een onttrekking aan de reserve dekking kapitaallasten plaats. Aangezien deze onttrekking gelijk is aan het verloop van de betreffende kapitaallasten, heeft de inzet van deze bestemmingsreserve geen invloed op resultaat.

Voor een nadere toelichting op de structurele meerjarige uitkomsten wordt hier verwezen naar de toelichting verderop in deze begroting.

Gevolgen van het geactualiseerde perspectief (bestaand beleid) voor de algemene reserves
De stand van de algemene reserves wordt per 1 januari 2016 begroot op € 18 miljoen
Indien bij deze beginstand de begrotingssaldi 2016-2019 worden betrokken, ontstaat het volgende verloop van de algemene reserve.

(bedragen x€ 1.000)

jaar

stand algemene reserve per 1-1

begroot resultaat

2015

26.970

-8.938

2016

18.032

-579

2017

17.453

582

2018

18.035

-245

2019

17.790

-581

2020

17.209

Opgemerkt wordt hierbij dat het resultaat van de 2e bestuursrapportage nog niet in dit overzicht is meegenomen.

Voor de algemene reserve heeft de raad een norm vastgesteld van € 14 miljoen. Deze norm is gebaseerd op een aan te houden risicoreserve voor grondexploitatie van € 5,0 miljoen, risico’s transitie sociaal domein € 4,4 miljoen en overige risico’s € 4,6 miljoen. In de risicoparagraaf zijn de bekende risico’s beschreven en gekwantificeerd.

Met de keuze om scherper te begroten, neemt het belang van sturen op risico's en een voldoende weerstandsvermogen toe. Bij de behandeling van de jaarstukken 2014 is hier door de accountant op gewezen en is door de raad aangedrongen op een verbetering/verdere uitwerking van de risicoparagraaf. In deze begroting wordt in de paragraaf weerstandsvermogen hiervoor een eerste aanzet gedaan.

3.4 Nieuw beleid 2016-2019

In de (meerjaren)begroting zijn diverse uitgaven verwerkt voor “nieuw beleid” en investeringen.
Daarin zijn begrepen de maatregelen die in het collegeprogramma zijn aangemerkt als urgent en onvermijdelijk. Ook is de sportnota uitgewerkt en is de jaarschijf 2019 toegevoegd. Verder is het raadsvoorstel met betrekking tot het meerjarenperspectief huisvesting basisonderwijs Hardenberg verwerkt in deze begroting.

Onderstaand hebben wij een meerjarig overzicht opgenomen, waarin een specificatie wordt gegeven van de bedragen die in 2016 en volgende jaren onder de noemer stelpost structureel nieuw beleid zijn opgenomen.

omschrijving
bedragen x € 1.000

investering

jaarlast

2016

2017

2018

2019

Collegeprogramma

ALMA spoorlijn

1.000

30

63

62

61

N34 (gefaseerd)

4.500

45

125

209

273

Prof. Waterinkschool

1.195

36

66

65

64

tunnel Balkbrug

1.000

30

50

49

49

nieuwbouw sporthal

3.400

102

222

219

216

kunstgrasveld Bruchterveld

450

13

39

38

37

kunstgrasveld Balkbrug

450

13

39

38

37

Risaeus/Obs Baalder

2.861

86

157

kunstgrasveld Kloosterhaar

450

13

39

38

herinrichting tennnis de Boshoek

450

13

29

28

Overige

2e fase fundering grafmonumenten Larikshof

110

3

11

10

Masterplan stationsomgeving

6.700

66

205

345

openbare verlichting

500

15

maatschappelijke investeringen grondexploitatie 2016

1.506

57

122

120

118

idem 2017

296

9

20

19

idem 2018

1.431

52

93

idem 2019

33

1

binnenklimaat gemeentehuis

188

24

24

23

23

overdekte fietsenstalling

30

1

4

4

4

vervanging sportvloeren

-

30

30

50

50

handhaving RUD

-

56

56

56

56

programma centra Hardenberg

-

40

40

40

40

renovatie sportvelden

-

50

50

50

50

onderwijshuisvesting

6.096

62

182

276

378

totaal

32.646

589

1.216

1.741

2.162

budget opgenomen in (bestaande) meerjarenbegroting 2015-2019

342

1.121

1.510

1.857

extra op te nemen

247

95

231

305

Ten opzichte van het vorige financieel perspectief zijn nu extra uitgaven opgenomen voor:

  • Handhaving/RUD € 56.000 (structureel)
  • Programma centra Hardenberg € 40.000 (structureel)
  • Onderwijshuisvesting

Deze maatregelen zijn aangekondigd en toegelicht in de 1e bestuursrapportage 2015.
Daarbij is besloten, dat de definitieve besluitvorming over het beschikbaar stellen van deze gelden, bij de begroting 2016 zal plaatsvinden. Hieronder worden deze voorstellen kort toegelicht.

De handhavingstaken zijn georganiseerd in de Regionale Uitvoerings Dienst (RUD). Voor de - verbetering - van de informatievoorziening/ICT van de RUD is een extra investering nodig.
De jaarlijkse bijdrage aan de RUD wordt verhoogd met € 56.000 voor de dekking van de kapitaallasten, die uit deze investering voortvloeien.

Om het programma centra Hardenberg op een toekomstbestendige wijze uit te kunnen voeren is structureel € 40.000 nodig. Zoals dit voorjaar door de raad besloten, zullen deze middelen niet alleen in het centrum Hardenberg worden ingezet, maar ook voor de ontwikkeling van de centra in de andere kernen van de gemeente.

In aanvulling op bovenstaande voorstellen hebben we nu ook bedragen opgenomen voor de uitvoering van de afspraken die met schoolbesturen worden gemaakt over de renovatie van schoolgebouwen. Deze maatregelen worden toegelicht in het Integraal Huisvestingsplan (Stippen op de horizon) en het raadsvoorstel dat in het najaar 2015 aan de raad ter besluitvorming is voorgelegd.

Volledigheidshalve merken wij bij dit overzicht op dat de opgevoerde jaarlasten afwijken van het eerdere meerjarig perspectief. Dit is vooral een gevolg van het lagere rentepercentage (3 in plaats van 4) en een andere fasering van bepaalde investeringen, zoals de bijdrage in de realisering van de aanpassing N34 en het Masterplan stationsomgeving

Naast bedragen voor structureel nieuw beleid zijn in deze begroting ook bedragen opgenomen voor extra incidentele uitgaven. Onderstaand wordt hiervan een overzicht gegeven. Voor zover sprake is van een aanvulling ten opzichte van de opgave van vorig jaar, wordt deze uitgave hierna nog voorzien van een toelichting.

omschrijving
bedragen x € 1.000

2016

2017

2018

2019

Collegeprogramma

cofinanciering plattelandsvernieuwing

150

150

150

innovatiefonds

13

13

13

evenementenbeleid

75

75

75

centrumplan Balkbrug

200

Vitaal Vechtdal

10

15

15

10

privatisering kleedaccommodaties

525

Overige

bijdrage aan BOH t.b.v. frictiekosten c.a.

1.734

gewenningsbijdrage Veiligheidsregio

-17

opstellen IBOR plan

40

renovatie gebouwen

140

15

860

groot onderhoud bruggen

175

175

150

economisch beleid

57

57

30

cultureel erfgoed

100

70

bijdragen accommodaties

150

leefbaarheids- en veiligheidsplan

40

Ten opzichte van het vorige perspectief zijn nieuwe uitgaven opgenomen voor economisch beleid; cultureel erfgoed; bijdragen in accommodaties en voor het opstellen van een leefbaarheids- en veiligheidsplan.

Samen met andere gemeenten binnen de Regio Zwolle willen we de komende jaren extra inzetten op economische ontwikkeling, sociale innovatie en positionering en verbinding. Hiervoor is in de periode 2016-2018 in totaal € 144.000 nodig, te weten: in 2016 en 2017 € 57.000 per jaar en in 2018 nog eens € 30.000.

Het veiligheidsdomein is volop in ontwikkeling. Op steeds meer terreinen wordt integraal opgetreden met veiligheidspartners en de gemeente treedt hierbij doorgaans op als procesregisseur. Hierbij is het van belang om over de juiste informatie te beschikken en deze ook uit te kunnen wisselen. Daarnaast geldt dat voor het bepalen van een juiste prioritering en aanpak van veiligheidsvraagstukken informatie over hoe de inwoners van de gemeente veiligheid en leefbaarheid ervaren cruciaal is. Een gemeente-breed veiligheids- en leefbaarheidsonderzoek is een belangrijk instrument om deze informatie te verkrijgen. Een dergelijk onderzoek richt zich op veiligheid, leefbaarheid en slachtofferschap, maar ook wordt aandacht  besteed aan overlast, respectloos gedrag, preventiemaatregelen, het functioneren van de politie en het gemeentelijke veiligheidsbeleid. Binnen het onderzoek zal specifiek aandacht geschonken worden aan actuele thema’s, zoals veiligheid en leefbaarheid in relatie tot het asielzoekerscentrum Heemserpoort.

3.5 netto schuldquote

Bij een duurzaam financieel beleid hoort, dat de schuldpositie van de gemeente een "houdbare schuld" dient te zijn. Hiervoor is de zogenaamde netto schuldquote (NSQ) ontwikkeld. In het coalitieakkoord is deze norm bepaald op 130%. Dit betekent dat onze totale netto schuld niet meer mag bedragen dan 130% van de omzet van de begroting c.q. de jaarlijkse inkomsten. Daarbij wordt de omzet van de begroting gecorrigeerd (verlaagd) voor de omzetstijging als gevolg van de nieuwe budgetten voor de transitie sociaal domein. Deze correctie is overeenkomstig de afspraak, die hierover in het coalitieakkoord is gemaakt voor de periode van 2014-2018.

Het hanteren van dit kader (NSQ 130%) stelt beperkingen aan het bedrag dat jaarlijks kan worden geïnvesteerd. Voor zover investeringen namelijk niet uit het lopende begrotingssaldo kunnen worden betaald, zal de gemeente hiervoor geldleningen moeten opnemen.

De netto schuld per 31 december 2016 is berekend op € 168 miljoen

Bedragen x € 1.000

Stand langlopende schulden plus voorzieningen

196.000

Nieuwe financieringsbehoefte 2016

9.000

Kortlopende schulden

20.000

Totaal schuldpositie

225.000

Af: Langlopende uitzettingen

-27.000

Kortlopende vorderingen

-30.000

-57.000

Het totaal van de inkomsten begroting 2016 bedraagt €  155 miljoen. Hiervan heeft rond € 22,5 miljoen betrekking op nieuw budget dat verband houdt met de decentralisatie sociaal domein. De voor dit budget gecorrigeerde netto omzet bedraagt hiermee  € 132 miljoen.

De netto schuldpositie in relatie tot de netto omzet geeft een netto schuld quote van  127%.

Rekening houdende met het verloop van de bestaande financieringsbehoefte aangevuld met de nieuwe financieringsbehoefte is het verloop van de NSQ als volgt:

Bedragen x € 1.000

NSQ

  • Ultimo 2016

127

  • Ultimo 2017

128

  • Ultimo 2018

128

  • Ultimo 2019

124

Wij willen/moeten de NSQ te verbeteren. Uiteraard is matiging van uitgaven een voor de hand liggende mogelijkheid en daar waar dit kan zullen we dit zeker niet nalaten. Daarnaast willen ook de mogelijkheid  verkennen om door verkoop van gronden en andere eigendommen nieuwe financieringsmiddelen te genereren. Uiteraard moet het dan gaan om gronden en eigendommen, waarvan de verwachting is dat deze niet of niet meer door de gemeente in exploitatie of gebruik zullen worden genomen.
Verder willen wij toekomstige meevallers primair inzetten om de schuldpositie te verbeteren.
Wij komen hier in het voorjaar 2016 - bij de kaderstelling voor de komende jaren - op terug.

3.6 Verbetering Planning en Control

In 2014 is een pakket aan (herstructurerings-)maatregelen voorbereid, dat zal leiden tot een beter – meer transparant – besluitvormingsproces. In 2014 zijn onder meer de volgende maatregelen genomen:

  • het percentage dat aan de grondexploitaties wordt toegerekend is verlaagd naar 4 procent;
  • de door te berekenen plankosten (inzet apparaat) zijn voor de komende jaren begroot op € 1,4 miljoen per jaar;
  • voor de begroting voor het komende jaar (i.c. 2016) wordt rekening gehouden met loon- en prijsontwikkelingen. Voor de volgende jaren in de meerjarenbegroting wordt geen loon- en prijsontwikkeling begroot. Dit geldt dan niet alleen voor de uitgaven, maar uiteraard ook voor de raming van de inkomsten (waaronder de gemeentefondsuitkering);
  • de maatschappelijke investeringen GREX worden in de meerjarenbegroting verwerkt;
  • in de (meerjaren)begroting waren diverse stelposten opgenomen. Deze stelposten zijn met ingang van de begroting 2015 opgeheven. Deze bedragen zijn vrijgevallen in het begrotingssaldo;
  • de raming van de kapitaallasten voor nieuwe en vervangingsinvesteringen wordt gebaseerd op een meerjarig investeringsplan;
  • in 2014 is een groot aantal bestemmingsreserves opgeheven. De ruimte die hierdoor is ontstaan is toegevoegd aan de algemene reserves. Daar staat tegenover dat de geplande uitgaven ten laste van deze reserves nu in de meerjarenbegroting zijn verwerkt;
  • de algemene reserve grondbedrijf en de algemene reserve zijn samengevoegd tot een algemene reserve;
  • het bedrag voor structureel onvoorzien is vastgesteld op € 200.000;
  • de afschrijvingslast voor nieuwe investeringen wordt begroot in het jaar volgend op het investeringsjaar.

Door de hiervoor reeds meerdere keren gememoreerde wijziging van de begrotingsvoorschriften wordt het percentage dat aan rente kan worden doorberekend aan de grondexploitatie nog verder verlaagd (naar 2,5%).
Op grond van actuele inzichten in de grondexploitatie gaan wij er van uit dat het bedrag voor de door te bereken plankosten met € 0,2 miljoen moet worden verlaagd.

In deze begroting is de risicoparagraaf uitgewerkt, waarbij de belangrijkste risico’s zijn beschreven en gekwantificeerd en een schatting is gemaakt van de kans dat dit risico zich daadwerkelijk zal manifesteren. Op deze wijze kan ook een betere onderbouwing worden gegeven van de benodigde omvang van de algemene reserve.

Begrotingsdoctrine
De financiële ontwikkeling van de gemeente is deels afhankelijk van eigen bestuurlijke besluitvorming. Daarnaast wordt deze ook deels beïnvloed door ontwikkelingen van buitenaf waar het bestuur op een accurate en tijdige wijze op in kan en moet spelen. Daarvoor is het nodig om de beleidsinhoudelijke en daaraan gekoppeld de financiële besluitvorming binnen een duidelijke structuur te laten verlopen. Om die reden hebben wij in 2014 een begrotingsdoctrine vastgesteld.

Gemeenten stuurden en sturen op één financiële indicator, namelijk een structureel sluitende begroting. Gedurende het jaar is het lastig om tijdig daarop bij te sturen. Het is daarom belangrijk om ook de meerjarige financiële kaders aan te geven waarbinnen de integrale afwegingen kunnen plaatsvinden. Deze kaders vormen samen een begrotingsdoctrine. Binnen deze kaders kan de raad borgen dat de financiële positie van de gemeente ook in de komende jaren gezond blijft.
In aanvulling op de kernpunten van het financieel beleid, als opgenomen in het collegeprogramma, zijn de volgende, financieel kaderstellende punten geformuleerd:

  • tussentijdse bijstelling van de begroting vindt alleen plaats als dit onuitstelbaar of onvermijdelijk is
  • verwachte tekorten of overschotten worden gedurende het jaar niet gecompenseerd
  • de resultaatbestemming vindt idealiter plaats bij de 2e bestuursrapportage
  • investeringen vinden plaats op basis van een meerjarenraming

3.7 Overige financiële zaken

De bezuinigingen
In 2013 heeft de raad het bezuinigingsprogramma “Tegen de Stroom in” vastgesteld.
Doel van dit bezuinigingsprogramma was en is, een sluitende meerjarenbegroting te houden, waarbij er ook ruimte is om de ambities van de gemeente waar te kunnen maken en te kunnen blijven investeren.
De bezuinigingen voor de periode 2014-2017 bedragen in totaal € 12.296.000. Daarbij is gekozen voor een onderscheid in maatregelen die betrekking hebben op:

  • de ambities
  • de inkomsten van de gemeente
  • de bedrijfsvoering

Onderstaand zijn de jaarschijven 2014 – 2017 van het bezuinigingsprogramma opgenomen:

(bedragen x € 1.000)

2014

2015

2016

2017

Totaal

Ambities

2.981

954

1.217

379

5.531

Inkomsten

1.400

1.160

875

670

4.105

Bedrijfsvoering (= taakstelling BOH)

0

1.703

765

192

2.660

De bedragen zijn conform deze jaarschijven verwerkt in de (meerjaren)begroting.
De voortgang van de bezuinigingen wordt gemonitord via een zogenaamde dashboardrapportage. Op de geijkte momenten in de P&C-cyclus wordt gerapporteerd over de stand van zaken.

Hieronder wordt in drie tabellen (ambities, inkomsten en bedrijfsvoering) weergegeven tot welke bezuinigingen uw raad in 2013 heeft besloten. Daarbij is inzichtelijk in welk jaar de bezuiniging wordt gerealiseerd en wat de totale structurele bezuiniging is. In kleur is aangegeven hoe ver het met de bezuinigingen staat. Groen spreekt uiteraard voor zich. Deze bezuiniging is gerealiseerd en/of is volledig verwerkt in planningen, meerjarenbegroting en – waar nodig - afgestemd met partners en derden. Wij lichten dit verder niet toe. Oranje betekent dat taakstelling waarschijnlijk gehaald zal worden, maar dat daarover nog geen zekerheid bestaat en nader onderzoek nodig is.
Rood wil zeggen dat de bezuiniging op de voorgestelde wijze niet zal worden gehaald en dat er alternatieven bedacht moeten worden.

Ambities

Nr.

Onderwerp

2014

2015

2016

2017

1

Inkoop en aanbesteding

820.000

820.000

820.000

820.000

2

Crisisupdate grondbedrijf

1.656.000

1.656.000

1.656.000

1.656.000

3

Eén huisvesting opbrengst Hardenberg (personeel LOC naar gemeentehuis)

0

0

100.000

4

Binnenzwembaden

40.000

40.000

40.000

40.000

5

Buitenzwembaden

PM

PM

PM

6

Buitensportaccommodaties

50.000

100.000

150.000

7

Onderwijsachterstandenbeleid

73.750

73.750

73.750

8

Bibliotheek

10.000

30.000

55.000

70.000

9

Muzerie

0

295.000

295.000

10

Startersondersteuning

0

45.000

45.000

11

Decentralisaties

296.875

468.750

492.188

12

Bundeling en samenwerking maatschappelijke organisaties

0

400.000

400.000

13

Subsidie godsdienstonderwijs

18.000

18.000

18.000

18.000

14

Bundeling en samenwerking doelgroepenvervoer

200.000

400.000

400.000

15

Openbaar groen en landschap

231.000

483.500

513.500

553.500

16

Afschrijving riolen

180.000

180.000

180.000

180.000

17

Larcom

0

0

150.000

18

WMO

26.250

87.188

87.188

87.188

Totaal

2.981.250

3.935.313

5.152.188

5.530.626

Jaarschijf

2.981.250

954.063

1.216.875

378.438

Ad 3 één huisvesting
Op de uitwerking van deze taakstelling komen wij in het voorjaar bij de 1e bestuursrapportage 2016 terug.

Ad 11. startersondersteuning
In deze begroting stellen wij voor om de taakstelling te verlagen tot € 25.000. Momenteel onderzoeken wij mogelijke alternatieven voor de invulling van deze taakstelling. Ook hier komen wij bij de 1e bestuursrapportage op terug.

Ad 14 bundeling en samenwerking maatschappelijke organisaties

De taakstelling maatschappelijke organisaties is met ingang van 2016 gerealiseerd binnen de budgetten van het maatschappelijk domein, zonder dat het direct ingrijpt in activiteiten binnen het maatschappelijk domein. Incidentele voordelen bij bestuursrapportage en jaarrekeningen van de afgelopen jaren zijn nu structureel vertaald, waardoor ook de begroting beter aansluit bij de realiteit. 

Inkomstenverhoging

Nr.

Onderwerp

2014

2015

2016

2017

1

Kostendekkendheid betaald parkeren

150.000

150.000

3

Kostendekkendheid rioolrecht en afvalstoffenheffing

850.000

1.300.000

1.365.000

1.365.000

4

Toeristenbelasting

110.000

170.000

240.000

5

Forensenbelasting

50.000

100.000

150.000

6

OZB

550.000

1.100.000

1.650.000

2.200.000

Totaal

1.400.000

2.560.000

3.435.000

4.105.000

Jaarschijf

1.400.000

1.160.000

875.000

670.000

Ad 1    Kostendekkendheid betaald parkeren
Een van de voorgestelde maatregelen betreft het verhogen van de tarieven betaald parkeren met circa € 0,10 per uur. Zoals eerder in dit hoofdstuk aangegeven, stellen wij voor om deze maatregel niet door te voeren.

Ad 4/5 Toeristen-/forensenbelasting
Met ingang van 2016 zal de heffingssystematiek van de toeristenbelasting worden gewijzigd c.q. zullen de forfaitaire tarieven, met uitzondering van die voor vaste plaatsen, worden afgeschaft.
Door deze wijziging kan een hogere opbrengst toeristenbelasting worden gerealiseerd. Deze meeropbrengst is dusdanig groot, dat hiermee zowel  de taakstelling toeristenbelasting, als de taakstelling forensenbelasting, wordt ingevuld.

Bedrijfsvoering
Het derde spoor van de bezuinigingen betreft de bezuiniging op de bedrijfsvoering c.q. de verlaging van de gemeentelijke bijdrage aan de bestuursdienst.  De bezuinigingstaakstelling  voor 2015 e. v. jaren kent het volgende verloop (bedragen x € 1):

2014

2015

2016

2017

Cumulatief

0

1.703.000

2.468.000

2.660.000

Jaarbedrag van de bezuiniging

0

1.703.000

765.000

192.000

In de paragraaf bedrijfsvoering wordt ingegaan op de (berekening van de) bijdrage aan de bestuursdienst en de aansluiting tussen de gemeentebegroting en de begroting van de bestuursdienst.