Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In de paragraaf weerstandsvermogen wordt de financiële robuustheid van de begroting, de jaarrekening en in het bijzonder de stand van zaken met betrekking tot de financiële positie weergeven. De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen bevat ten minste:
• het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s
• een inventarisatie van de risico’s
• een inventarisatie van de weerstandscapaciteit
Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s
Bij het controleren en vaststellen van de jaarrekening 2015 is door zowel de gemeenteraad als door de controlerend accountant de wenselijkheid van het beheersen en nauwkeurig in beeld brengen van risico’s voor de gemeente nog eens benadrukt. Overigens is dat ook een intrinsieke wens van het college en hebben wij daar in 2015 inmiddels de nodige actie op gezet. Zo is onderzocht welke methodiek van risico inventarisatie ons het beste kan helpen bij het goed invullen van risico management en zullen we dit vertalen in een nota voor risico management en weerstandsvermogen die in het najaar van 2015 aan de raad zal worden aangeboden.
Onze visie ten aanzien van het weerstandsvermogen is:
‘Streven naar een goede beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s. Uitgangspunt hierbij is een positief weerstandsvermogen.
Onze doelstelling is:
- het handhaven van een gezonde financiële positie;
- het voorkomen dat ingrijpende beleidswijzigingen noodzakelijk worden bij niet afgedekte risico’s. Dit wordt gerealiseerd door middel van beheersing van de risico’s en een positief weerstandsvermogen.
De risico’s zijn onderverdeeld naar drie categorieën.
De eerste categorie betreft de echte risico’s, namelijk mogelijke financiële tegenvallers die samenhangen met de uitvoering van bepaalde activiteiten. Voorbeelden zijn het ondernemersrisico bij grondexploitaties en het risico op overschrijding van budgetten, dat samenhangt met open einde regelingen. Vanuit de betekenis van het begrip weerstandsvermogen zoals in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is beschreven, is uitsluitend deze categorie van belang voor het weerstandsvermogen.
Voorzienbare tekorten op reguliere budgetten behoren niet tot de risico’s. De tekorten zijn min of meer duidelijk. Zeker waar de tekorten een structureel karakter hebben, heeft het vanuit bedrijfseconomisch oogpunt de voorkeur dit op te lossen binnen de exploitatie.
De derde categorie betreft mogelijke (ongewenste) schommelingen van budgetten, waardoor behoefte ontstaat in egalisatie van jaarlasten. Riolering en wegen zijn hiervan de belangrijkste voorbeelden. Onder voorwaarde dat de noodzakelijke onderhoudslasten structureel in de begroting zijn geraamd is er geen sprake van een risico dat relevant is voor het weerstandsvermogen.
Wijzigingen ten opzichte van vorig jaar
De accountant heeft in het controleverslag bij de jaarstukken 2014 geconstateerd dat de gemeente de belangrijkste risico's in beeld heeft gebracht en daarbij de risico's ten aanzien van de grondexploitatie en de transitie sociaal domein ook heeft gekwantificeerd.
Hij heeft de aanbeveling gedaan om de risicoparagraaf verder te ontwikkelen, door ook de andere risico's te kwantificeren en de som van deze risico's af te zetten tegen het beschikbare weerstandsvermogen. Uit deze vergelijking kan dan de conclusie worden getrokken of het weerstandsvermogen voldoende is. Wij hebben aan uw raad toegezegd, dat wij deze aanbeveling opvolgen en in deze begroting treft u onze eerste uitwerking aan.
Aan het eind van deze paragraaf hebben wij ook het model uitgewerkt dat door de accountant is aangereikt, waardoor ook inzicht wordt gegeven in de ontwikkeling van het weerstandsvermogen.
Daarbij zien wij 2016 als startjaar. Informatie over voorgaande jaren (m.n. de kwantificering van de overige risico's) is niet beschikbaar.
Verder hebben we nog een aantal andere indicatoren voor de beoordeling van de gemeentelijke financiën opgenomen. Deze indicatoren zijn aangereikt door de commissie DEPLA. In het inleidend financieel hoofdstuk van deze begroting, zijn wij hier al op ingegaan.
Inventarisatie van de risico’s
Grondexploitatie.
Voor het Hardenbergse grondbedrijf is vanaf 2014 gefaseerd toegewerkt naar een professioneel risicomanagement. Een van de kernbegrippen van risicomanagement is risicoanalyse. Voor een tweetal complexen (woningbouwlocatie Bransveen en bedrijventerrein Katingerveld) zijn in 2014 als pilot risicoanalyses uitgevoerd door middel van een Monte Carlo simulatie.
De professionalisering van het risicomanagement heeft in 2015 een vervolg gekregen. Zo zijn volgens de beschreven nieuwe methodiek risicoanalyses opgezet voor de geclusterde gemeentelijke bedrijventerreinen en de grotere woningbouwlocaties. Zodoende is een nauwkeuriger beeld ontstaan van de financiële risico’s die met de exploitatie van deze complexen gemoeid zijn.
Dit heeft geleid tot een volledige risicoanalyse m.b.v. de Monte Carlo simulatie van de belangrijkste grondexploitaties van de gemeente Hardenberg. De risicoanalyses zijn gesplitst in volgende onderdelen:
- Wonen, bestaande uit Bransveen, Moeshoek woongebied, Garstlanden III en Sluis V
- Werken, bestaande uit Broeklanden, Broeklanden de Kop, Broeklanden Zuid, Katingerveld en Moeshoek werkgebied.
- Centrumplan Hardenberg
- Centrumplan Dedemsvaart
Voor de resterende complexen is op basis van de “oude” systematiek een inschatting van de mogelijke risico’s gemaakt, waarmee het totale risicoprofiel van het Grondbedrijf compleet is. Voor de resterende gronden is derhalve conform de DVH-vuistregel uitgegaan van een risicoprofiel van 12,4% van de boekwaarde per 1 januari 2015.
Tot slot is de vaste risicocomponent van € 1,0 mln. losgelaten. Dat is verklaarbaar uit het gegeven dat verreweg het grootste deel van de complexen in de professionele risicoanalyse op afdoende wijze is meegenomen.
Deze analyse heeft geleid tot een benodigde risicoreserve van € 750.000 voor deze categorie gronden.
Totaal resultaat risicoanalyses
In onderstaand overzicht zijn de risicoresultaten van de genoemde grondexploitaties verzameld:
Benodigde risicoreserve per grondexploitatie | Risicoreserve 2016 | Te alloceren 2016 | ||
|---|---|---|---|---|
Centrumplan Hardenberg | € | 2.838.000 | € | 879.000 |
Centrumplan Dedemsvaart | € | 340.000 | € | 185.000 |
Hardenberg Wonen | € | 1.764.000 | € | 397.000 |
Hardenberg Werken | € | 6.392.000 | € | 4.656.000 |
Overige projecten | € | 750.000 | € | 750.000 |
Totaal | € | 12.084.000 | € | 6.867.000 |
Uit de tabel blijkt dat voor het Grondbedrijf een totaal aan risicoreserve benodigd is van € 12,1 mln. Hiervan kan € 5,2 mln. worden afgedekt door de positieve resultaten van de grondexploitaties.
Blijft over een te alloceren bedrag van € 6,9 mln. Uiteraard zijn niet al deze risico’s als even “hard” te bestempelen, en ook manifesteren de risico’s zich veelal niet tegelijkertijd en in volle omvang. Zoals eerder gemeld worden deze risico’s in samenhang beoordeeld met de overige gemeente financiële risico’s. Het is hierbij gewenst de risico’s uit de grondexploitatie afzonderlijke inzichtelijk te houden en te onderkennen en in de Algemene Reserve op adequate wijze af te dekken.
De berekende benodigde risicoreserve betekent per definitie niet dat de gemeente dit geld nu al kwijt is, het is juist de bedoeling om de reserve niet of zo beperkt mogelijk aan te wenden door gedurende de planperiode en planuitvoering beheersmaatregelen te treffen waardoor risico’s worden geneutraliseerd of gereduceerd. Echter indien zich risico’s wel gaan manifesteren dient de aanwezige buffer in de vorm van de Algemene Reserve toereikend te zijn.
Zoals eerder afgesproken houden wij voor de grondexploitatie een buffer van € 5 miljoen aan binnen de algemene reserve. Wij vinden deze buffer toereikend.
Plankosten en rentekosten grondexploitatie
Een deel van de personeelskosten en de rentekosten wordt doorberekend aan grondexploitaties. In de huidige marktsituatie (beperkte verkopen) leiden deze kosten tot een verhoging van de boekwaarden. Hierdoor ontstaat het risico dat er nu kosten worden bijgeboekt, die later niet meer kunnen worden terugverdiend vanuit de opbrengst grondverkopen. Door jaarlijkse actualisaties van de grondexploitaties wordt dit risico gemonitord.
Voor de NIEGG geldt dat hier vanaf 2016 geen rente meer aan toegerekend wordt, omdat hier de maximale (i.c. agrarische) waarde is bereikt.
Met ingang van de begroting 2016 wordt het door te berekenen rentepercentage verlaagd naar 3,5 en is daarmee (meer) in lijn met de overige gemeentelijke investeringen. Verder wordt het bedrag dat jaarlijks (in ieder geval de komende 4 jaren) nodig is verlaagd en gefixeerd op € 1,2 miljoen.
Daarbij wordt opgemerkt dat als gevolg van de wijziging van de begrotingsvoorschriften (BBV) het rentepercentage dat mag worden doorberekend aan de grondexploitatie verder wordt verlaagd.
Bovendien zal voortaan geen rente meer doorberekend mogen worden aan de Niet In Exploitatie Genomen Gronden.
Deze maatregelen dragen er toe bij dat de risico's in de grondexploitatie tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht worden. Verder worden de grondexploitaties 2 keer per jaar doorgerekend, namelijk bij de nota grondexploitatie en bij het opstellen van de jaarrekening.
Hierbij vindt ook een nadere risicoberekening plaats (zie hiervoor).
Wet werk en bijstand (WWB)
De WWB is het vangnet voor burgers die niet uit andere inkomensbronnen kunnen voorzien in hun levensonderhoud. De WWB heeft een open-einde-karakter. De afgelopen jaren is – onder druk van de economische crisis – het aantal burgers dat in de gemeente Hardenberg een beroep moet doen op de WWB toegenomen. Het Rijk houdt hier ten dele rekening mee bij het vaststellen van het budget BUIG (budget voor financiering van de uitkeringen). Daarnaast is er een vangnetregeling voor gemeenten die hogere kosten hebben dan het budget dat zij er voor krijgen. Er zijn afspraken om deze vangnetregeling te versoepelen. Waarschijnlijk komt de vangnetregeling er als volgt uit te zien:
Als de gemeente Hardenberg een tekort heeft op het budget van minder dan 5% van de rijksbijdrage, dan moet het die extra uitgaven zelf opvangen. Er wordt dan niet gecompenseerd. Is het tekort tussen de 5% en 10%, dan wordt voor dat deel het tekort voor 50% vergoed. Tekorten boven de 10% worden volledig gecompenseerd vanuit de Vangnetregeling. Bij de huidige vangnetregeling zijn de grenzen 7,5% en 12,5%.
Bij de begroting van 2016 is rekening gehouden met de huidige vangnetregeling en is een tekort van circa 8% geprognosticeerd. Hoewel er rekenkundig gezien recht is op een vangnetregeling voor het deel boven de 7,5% is hier voorzichtigheidshalve geen rekening mee gehouden. Een vangnetregeling kan namelijk niet vooraf gegarandeerd worden. De gemeente Hardenberg loopt met de huidige vangnetregeling nog een financieel risico indien het aantal cliënten toeneemt. In de begroting 2016 is echter al een geprognosticeerde stijging van het aantal cliënten verwerkt zodat dit risico beperkt is.
Mocht de versoepeling van de vangnetregeling doorgaan, dan is het geraamde budget toereikend. Het budget zal dan, indien nodig, bij de bestuur rapportages naar beneden worden bijgesteld.
Decentralisaties / Transities Sociaal Domein
Per 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor:
- Jeugdzorg: Alle jeugd- en opvoedhulp, de jeugdbescherming en jeugdreclassering, en de aanpak van kindermishandeling. Ook de jeugd GGZ en de zorg voor kinderen met een lichte verstandelijke beperking zijn gemeentelijke verantwoordelijkheden.
- WMO 2015: Begeleiding van mensen met een beperking, de dagbesteding, ‘kort verblijf’ buitenshuis en het begeleid wonen (via centrumgemeente Zwolle). De gemeente was al verantwoordelijk voor het bevorderen van participatie en zelfredzaamheid van bewoners, de “oude” WMO.
- Participatiewet: een aantal sociale verzekeringswetten (Participatie, WSW en deel Wajong) zijn samengevoegd en ondergebracht bij de gemeente.
Samen met de decentralisatie van deze taken, heeft het Rijk op de bijbehorende budgetten aanzienlijke kortingen doorgevoerd.
Bij alle onderdelen van de transities geldt dat er nog grote risico’s en onzekerheden zijn. Deze zijn gelegen in de volgende oorzaken:
- Het gaat hier veelal om zogenaamde ‘open-einde-regelingen’. De gemeente houdt de plicht burgers te ondersteunen op genoemde terreinen, een overschrijding van het budget is geen reden om deze ondersteuning niet te bieden.
- Met name bij Jeugdzorg, zorg in natura, beschikken we op het moment van begrotingsvoorbereiding nog niet over de juiste en volledige gegevens omtrent de lopende zorg.
- In het kader van Jeugdzorg heeft de gemeente de taak om kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering uit te voeren. Dit zijn over het algemeen dure maatregelen. Echter, veelal zal niet de gemeente, maar bijvoorbeeld een rechter bepalen wie onder deze maatregelen zal vallen. Het wordt daarmee voor de gemeente lastig om te sturen op de instroom in dergelijke maatregelen.
- De ontwikkeling van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Jeugdzorg (samenwerking tussen 11 gemeenten in de regio IJsselland +) is ten tijde van opstellen begroting in volle gang. Vanuit de gemeente is/wordt deze BVO bevoorschot voor zowel zorg als uitvoeringskosten. De BVO bevoorschot vervolgens de zorgaanbieders en draagt zorg voor monitoring bestedingen. Dit proces loopt nog.
- Het project herbeoordelingen loopt ten tijde van opstellen begroting nog. Het is nog niet goed te voorspellen hoe de zorgbehoefte zich naar aanleiding hiervan ontwikkelt.
- Het sociaal contracteren (nieuwe contracten wmo) is nog in volle gang. De financiële gevolgen hiervan zijn nog niet bekend.
- In het kader van de Participatiewet vindt geen nieuwe instroom in de WSW meer plaats. Wel behouden degenen met een op 31 december 2014 lopend WSW dienstverband hun oude rechten. Het Rijk rekent de komende jaren met een afbouw van deze populaties van circa 7% per jaar. Het is op dit moment onvoldoende duidelijk of wij een afbouw met een dergelijk volume ook binnen onze gemeente kunnen realiseren. Daarnaast zien we dat er landelijk afspraken worden gemaakt m.b.t. de toegang tot het zogenaamde doelgroepenregister (hierin staan mensen met een arbeidshandicap). Hierdoor ontstaat er een open-eindregeling met aanvullende plichten en kosten voor gemeenten.
- De organisatieontwikkeling voortkomend uit de decentralisaties is nog in volle gang. Dit proces loopt de komende periode nog door, waarbij ook de nodige tijd aan training en kennisontwikkeling moet worden besteed. Daarnaast moet met name op het terrein van ICT, grotendeels vanwege landelijke ontwikkelingen, nog een slag gemaakt worden.
- Doordat in de nieuwe wetten geen sprake meer is van rechten maar voorzieningen wordt er verwacht dat aanspraken / verwachtingen van cliënten niet altijd wordt gehonoreerd. Risico is een toename van aantal beroep/bezwaarschriften. Dit zal ook leiden tot nieuwe jurisprudentie die van invloed is op de daadwerkelijke uitvoering en financiën.
Waar mogelijk zijn op bovenstaande risico’s beheersmaatregelen genomen, waarbij er ook nadrukkelijk geïnvesteerd wordt in de sturing en verantwoording. Vorenstaande maakt het momenteel nog lastig om goede voorspellingen te doen voor 2016. Om die reden wordt in de begroting voorgesteld om de decentralisaties in het totaal te beoordelen en wordt op een aantal onderdelen voorgesteld om bestaande stelposten te laten staan, waardoor de opgave om de decentralisaties budgetneutraal uit te voeren kan worden vormgegeven.
In de loop van 2015 en 2016 zal een aantal risico’s beter geduid en financieel vertaald kunnen worden. Dit zal bij de beraps meegenomen worden in de verantwoording.
Algemene uitkering uit het Gemeentefonds
De algemene uitkering uit het gemeentefonds is voor 2016 begroot op € 82,2 miljoen. Daarmee is deze rijksbijdrage de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente.
Van genoemd bedrag heeft rond € 33,4 miljoen betrekking op de (extra) middelen die de gemeente ontvangt voor de taken transitie sociaal domein. Bij de begroting 2015 hebben wij voorgesteld om voor de risico's en onzekerheden sociaal domein een buffer aan te houden van rond € 4,5 miljoen. De start is voor Hardenberg zonder kleerscheuren verlopen en de eerste resultaten zijn bemoedigend als het gaat om de realisering van de gestelde (beleidsdoelen). De risico's en onzekerheden omtrent de financies zijn echter niet minder geworden (zie hiervoor).
Reden voor ons om voorlopig genoemde € 4,5 miljoen te handhaven.
De raming van de gemeentefondsuitkering is gebaseerd op de mei-circulaire 2015. Met deze circulaire is een deel van de onzekerheden, die vorig jaar nog werden gesignaleerd, weggenomen.
Er is sprake van een licht economisch herstel, waardoor we verwachten dat de komende jaren geen grote aanvullende rijksbezuinigingen op de gemeenten af zullen komen.
Evenwel blijkt de rijksbegroting in toenemende mate afhankelijk te zijn van de ontwikkeling van de europese-/wereldeconomie. De oplossing van de schuldencrisis van Griekenland zou zo maar een grote impact op de rijksbegroting kunnen hebben.
Mede om deze reden, maar ook gelet op de ervaringen in de afgelopen jaren, zien wij nog steeds risico's bij deze inkomstenbron. Wij stellen voor om hiervoor een buffer van 10% aan te houden of wel een bedrag van € 4,9 miljoen.
Bezuinigingen
De raad heeft besloten tot een omvangrijk bezuinigingsprogramma “Tegen de stroom in”. De komende jaren 2014-2017 zal ruim € 12 miljoen worden bezuinigd. In grote lijnen worden deze bezuinigingen ingedeeld naar:
| € | 5.530.000 |
| € | 4.105.000 |
| € | 2.659.000 |
De hier genoemde bedragen zijn taakstellend en belegd met concrete voorstellen.
Om deze reden zien wij geen reden om hiervoor een afzonderlijke buffer aan te houden.
Treasury
Met ingang van de begroting 2016 hebben wij de raming voor de te verwachten rentekosten scherper gesteld. Vorig jaar werd er nog vanuit gegaan dat voor de financiering van het tekort aan financieringsmiddelen rond 4% moe(s)t worden betaald.
Voor 2016 hanteren wij hiervoor een andere lijn. De berekening van de financieringsbehoefte wordt nu gebaseerd op een meerjarig kasstromenoverzicht. Verder wordt er bij de financiering rekening gehouden met het feit dat de kortlopende rente aanmerkelijk lager is dan de rente voor langlopende rente.
Voor kortlopende rente wordt in 2016 uitgegaan van 0,25%.
Voor nieuwe langlopende leningen wordt uitgegaan van 3%.
Deze percentages zijn (meer) marktconform.
Deze bijstelling in uitgangspunten leidt tot een aanmerkelijk begrotingsvoordeel. Het betekent echter ook dat de begroting gevoeliger wordt voor ontwikkelingen op de kapitaalmarkt.
1% meer rente leidt toe een nadeel van rond € 180.000 (het financieringstekort is begroot op rond
€ 18.000.000). De kans dat dit risico manifest wordt, schatten wij in als middelgroot.
Wij stellen voor om voor de dekking van dit renterisico een bedrag van 4 x € 180.000 ofwel rond
€ 700.000 aan te houden.
Loon- en prijsontwikkelingen
als onderdeel van het nieuwe financiële beleid dat wij vorig jaar hebben ingezet, wordt in de meerjarenbegroting niet gerekend met loon- en prijsstijging. Dit geldt dan zowel voor de ontwikkeling van de uitgaven, als voor de inkomsten.
In tijden van geen of een lage inflatie zal deze lijn weinig risico's met zich brengen. Zoals wij in deze begroting al op meerdere plekken hebben aangegeven, verwachten wij dat het economisch herstel zich door zal zetten. Dit zal er toe leiden dat de prijzen de komende jaren gaan stijgen.
Daarbij is het niet ondenkbaar dat na jaren van relatieve loonstilstand, de vakbonden de komende jaren zullen gaan inzetten op een inhaalslag. Met andere woorden, de loonstijgingen zouden wel eens hoger uit kunnen vallen dan de gemiddelde prijsstijging.
De totale ambtelijke loonsom (nu onderdeel van de bijdrage aan de bestuursdienst BOH) bedraagt rond € 25 miljoen (Hardenberg aandeel). 1% stijging komt neer op € 250.000.
De kans dat dit risico manifest wordt schatten wij in als middelgroot.
Wij stellen voor om hiervoor een buffer van 4 x € 250.000 = € 1.000.000 aan te houden.
Vennootschapsbelasting
2016 is het eerste jaar waarin gemeenten vennootschapsbelasting moeten gaan betalen.
Eerste berekeningen wijzen richting een structureel nadeel voor onze gemeente van rond € 160.000.
We verwachten dit najaar meer inzicht in dit risico te krijgen.
Overige risico’s
Hiervoor is een aantal majeure risico’s benoemd. Andere risico’s, waar in deze paragraaf niet expliciet wordt ingegaan betreft de uitvoering van overige open einde regelingen (bijvoorbeeld leerlingenvervoer) en ondernemersrisico’s voor bijvoorbeeld zwembaden en Theater de Voorveghter, renterisico’s enz.
Ook juridische risico’s zoals schadeclaims, milieuverontreiniging, inbaarheid vorderingen en leningen en risico’s uit hoofde van garantiestellingen, rekenen wij tot de overige risico’s.
Voor dit soort risico's houden wij een algemene buffer aan van € 4,5 miljoen (nagenoeg gelijk aan voorgaande jaren).
Wij verwachten geen bijzondere risico’s uit hoofde van garantstellingen of uit juridische procedures. Voor deze risico’s wordt dan ook geen weerstandscapaciteit aangehouden.
Overigens merken wij hierbij dat er ook risico's voortvloeien uit de deelnemingen in verbonden partijen. In de regel is hier sprake van een situatie dat de verbonden partij zelf een buffer heeft om risico's te kunnen dekken. Op dit moment hebben wij geen signalen dat een van de verbonden partijen in de financiële problemen dreigt te komen.
Som van de risico's
Het totaal van de gekwantificeerde risico's is:
Risico | Bedragen x € 1.000 | |
|---|---|---|
grondexploitatie | € | 5.000 |
transities | € | 4.500 |
ABW | € | pm |
gemeentefonds | € | 4.900 |
treasury (rente-ontwikkeling) | € | 700 |
loon- en prijsstijging | € | 1.000 |
overige risico's | € | 4.500 |
totaal | € | 20.600 |
Risico's versus algemene reserve
Het totaal van de risico's is groter dan het bedrag dat nu in de algemene reserve zit. Daaruit zou dan de conclusie kunnen worden getrokken, dat het weerstandsvermogen niet voldoende is.
Wij merken daarbij echter op, dat:
- voor de komende jaren begrotingsoverschotten zijn begroot;
- het begrotingsoverschot structureel is;
- het weerstandsvermogen meer omvat dan alleen de algemene reserve.
Aanpassing definitie weerstandsvermogen.
De accountant merkt in zijn controleverslag op, dat tot het weerstandsvermogen - naast de algemene reserve - ook de begrotingsresultaten, de onbenutte belastingcapaciteit en de post voor structureel onvoorzien kunnen worden gerekend.
Nu is het geval dat de begrotingsresultaten, de post onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit structurele bedragen betreffen, terwijl de algemene reserve de feitelijke stand betreft. Daarmee zijn deze bedragen niet goed vergelijkbaar.
In de hiervoor aangekondigde nota risico management en weerstandsvermogen zullen wij aan dit aspect aandacht besteden en een voorstel doen om ook deze onderdelen van het weerstandsvermogen in de vergelijking te betrekken. In deze paragraaf volstaan wij voorshands met de constatering dat:
- de post onvoorzien structureel € 200.000 groot is;
- de "onbenutte" belastingcapaciteit kan worden berekend op € 1.935.000 (structureel).
Voor de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit hebben wij de berekeningswijze aangehouden, die de gemeentefondsbeheerders hanteren bij de beoordeling van een zogenaamde artikel 12 aanvraag.
Onderwerp: | bedragen x € 1.000 | |
|---|---|---|
totaal WOZ-waarde woningen 2015 | € | 4.466.514 |
totaal WOZ-waarde niet woningen 2015 | € | 1.354.663 |
totaal WOZ-waarde 2015 | € | 5.821.177 |
totaal opbrengst OZB o.b.v. totaal WOZ-waarde 2015 | € | 11.431 |
totaal onderdekking reiniging/afvalstoffenheffing 2015 | € | 0 |
totaal onderdekking rioolrechten 2015 | € | 0 |
totaal OZB-opbrengst o.b.v. totaal WOZ waarde gecorrigeerd voor onderdekking reiniging/afvalstoffen en rioolrechten 2015 | € | 11.431 |
idem in percentage totaal WOZ-waarde 2015 | € | 0,0196 |
percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor 2016 | € | 0,1889 |
verschil in percentage | € | 0,1693 |
verschil in opbrengst c.q. onbenutte belastingcapaciteit | € | 1.935 |
Ratio risico's versus algemene reserve
De som van de (gekwantificeerde) risico's is € 20.600.000
De algemene reserve is per 1 januari 2016 groot € 18.032.0000.
Vergelijking van deze bedragen leidt tot onderstaande uitkomst:
weerstandsvermogen | begroting 2016 |
|---|---|
beschikbare capaciteit (per 1 januari 2016) | € 18.032.000 |
benodigde capaciteit | € 20.600.000 |
ratio weerstandsvermogen | 0 ,875 |
Idealiter is de uitkomst van deze ratio 1 of net meer dan 1. Een score van minder dan 1 zou dan duiden op de noodzaak om de algemene reserve aan te vullen.
Hiervoor hebben wij een aantal argumenten benoemd, waarom deze maatregel nu niet hoeft te worden overwogen. Hiervoor willen wij eerst de uitkomsten van de discussie met uw raad over het aanstaande voorstel risicomanagement afwachten.
Verder merken wij op dat dit kengetal, één indicator is voor de robuustheid van de gemeentefinanciën.
Door de commissie DEPLA is een aantal indicatoren ontwikkeld, die de raad kunnen helpen in het verkrijgen van inzicht in de gemeentefinanciën, namelijk:
- de netto schuldquote inclusief de quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
- solvabiliteitsratio
- kengetal grondexploitatie
- structurele exploitatieruimte
- belastingcapaciteit.
Voor onze gemeente is het beeld als volgt:
Begroting 2016 | W2014 | B2015 | B2016 |
|---|---|---|---|
Kengetallen | |||
Netto schuldquote | 128% | 114% | 122% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 119% | 106% | 114% |
Solvabiliteitsratio | 24% | 22% | 21% |
Structurele exploitatieruimte | 0% | 1% | 1% |
Grondexploitatie | 31% | 29% | 29% |
Belastingcapaciteit | 100% | 108% | 107% |
De stijging van de netto schuldquote in 2016 wordt verklaard door de geplande investeringen in dat jaar.